De blauwe vogel

De blauwe vogel maakt elke dag een lange tocht. Hij houdt er van met zijn hoofd door de wolken te vliegen. Soms vliegt hij onder de wolken door en geniet dan van de landschappen die onder hem voorbij glijden: polders, plassen, bossen, dorpen en steden. Tegen de avond daalt hij neer om eten bij elkaar te scharrelen en een slaapplaats voor de nacht te zoeken. Het liefst slaapt hij op een boomtak, een eigen nest heeft hij niet. Hij overnacht telkens ergens anders. Tot nu toe heeft hij nog geen plek gevonden waar hij langer wil blijven om zich te nestelen. Hij is noch zoekende.

Soms is hij de volgende dag nog niet voldoende uitgerust om verder te trekken, maar iets in hem drijft hem voort en dan begint hij toch weer aan een nieuwe tocht.
Op een dag in de herfst vindt hij, na wederom een lange tocht, een rustplaats in een tuin van een grote moderne villa. Hij zit nog maar net op een tak van een struik bij te komen van zijn vlucht als hij plotsklaps wordt vastgepakt en opgetild. Twee stevig mannenhanden dragen hem de villa binnen en sluiten hem op in een gouden kooi die midden in de grote living staat. De blauwe vogel hoort de man enthousiast roepen: ‘Wat een geluk dat ik je heb gevonden, jouw blauwe veren kleuren zo goed bij mijn nieuwe interieur.’ Dezelfde avond belt de man zijn vrienden en kennissen op en nodigt hen uit zijn nieuwste aanwinst te komen bekijken.
De volgende dag komen talloze bezoekers langs die de vogel bewonderen om zijn blauwe kleur en allen zijn het er over eens dat het een bijzonder exemplaar is die prima past bij de kleurstelling van de living. In het begin geniet de blauwe vogel van de aandacht en de complimenten en fluit er vrolijk op los. Dat verhoogt de stemming van de bezoekers. Menig glas wordt geheven op de nieuwe aanwinst van de gastheer. Eén bezoekster valt de vogel bijzonder op, ze is in het blauw gekleed. Ze zegt weinig en doet niet mee met het ge-oh en ge-ah van de anderen. Ze kijkt alleen maar naar hem en heeft zo haar eigen gedachten bij die blauwe vogel in een gouden kooi.
De dagen en weken gaan voorbij, het wordt winter, het aantal bezoekers neemt af en de aandacht voor de vogel verflauwt. De vogel ziet vanuit zijn warme kooi sneeuwvlokken neerdwarrelen op het gazon. Hij zit hier weliswaar veilig op zijn stokje, volop te eten en te drinken en geen last van kou en regen en geen zware tochten meer, maar hij voelt zich steeds minder op zijn gemak in de kooi. Hij mist het vliegen door de wolken. Hij wordt met de dag stiller, eet minder en zijn veren worden doffer.
Dan breekt het voorjaar aan, de schuifpui staat af en toe al open en regelmatig schijnt de zon volop naar binnen. De blauwe vogel ziet andere vogels door de tuin vliegen en hoort ze ’s avonds zingen. Zijn heimwee naar buiten groeit met de dag, zijn onrust wordt sterker en sterker, hij wil uit zijn gouden kooi.
Op een zachte voorjaarsavond komt de vrouw in het blauw weer op bezoek. De vogel herkent haar meteen en van opwinding springt hij op zijn stok heen en weer. De vrouw stapt op de gouden kooi af en ziet hoe dof de veren van de blauwe vogel zijn geworden. Ze aarzelt even en opent dan resoluut het deurtje, pakt de blauwe vogel voorzichtig met beide handen op, stapt het terras op en geeft hem zijn vrijheid terug. De blauwe vogel stijgt direct omhoog naar de wolken en zingt daar het hoogste lied. Vanaf die tijd mijdt hij tuinen van moderne villa’s. Hij geniet nu dubbel van zijn tochten. Op een heerlijke zomerse dag vliegt hij in de namiddag over een vriendelijk ogende woonwijk van een groot dorp. Het is weer tijd om een slaapplaats te zoeken. Hij vliegt laag over de wijk heen en ziet tot zijn verrassing in een grote tuin de vrouw in het blauw zitten. Hij daalt naar beneden en strijkt neer op de tak van een boom die achter in de tuin staat en begint daar uitbundig te fluiten. De vrouw kijkt op, ziet hem, herkent hem en loopt op de boom af. De blauwe vogel blijft op de tak zitten en fluit lustig verder. De vrouw lacht hem toe, blijft even staan luisteren en loopt daarna naar binnen.
Vanaf die dag keert de blauwe vogel aan het eind van zijn tocht telkens terug naar de tuin van de vrouw in het blauw. Daar voelt hij zich thuis. Als hij fluit, komt zij altijd naar buiten, lacht hem toe, luistert even en gaat dan weer naar binnen. Maar op een dag komt ze niet naar buiten, hoe vrolijk hij ook fluit. Hij vliegt naar een struik die vlak bij de tuindeuren staat en kijkt naar binnen, daar staat de vrouw in het blauw, ze werkt aan een schilderij en neuriet daarbij. De blauwe vogel ziet wat ze schildert: een vrouw in het blauw. Hij herkent ook zichzelf op het doek. Hij ziet nog meer kleurrijke schilderijen hangen en tegen de muur staan. Hij herkent taferelen van vrolijke vrouwen. Soms staan ze afgebeeld met een dier, een poes of een beer, of ze liggen schijnbaar zorgeloos in een bed van bloemen. Andere vrouwen hebben een exotische uitstraling. Allemaal zijn ze omgeven door hemelse kleuren. Maar het schilderij van de vrouw met de blauwe vogel spreekt hem het meest aan; het herinnert hem aan de dag waarop hij zijn vrijheid terugkreeg.

Maya Plas

De Blauwe vogel en andere verhalen

blauwe vogelDe verhalenbundel: De blauwe vogel en andere vertelverhalen is een uitgave van De Blauwe Kom en bestaat uit 30 verhalen in verschillende genres: realistische- , fantasie-, humoristische-, filosofische en liefdesverhalen. De verhalen zijn door Maya Plas en Nico van den Raad in de afgelopen vijftien jaar geschreven naar aanleiding van o.a. evenementen, exposities, kunstlijnen en educatieve projecten. We hopen dat u plezier zult beleven aan onze verhalen en het zou nog leuker zijn als u onze verhalen doorvertelt onder het motto: Een verhaal is de drager van een wereld in het klein; het schenkt de wijsheid om te gaan met de wereld in het groot. De bundel is te koop voor € 10,- (incl. verzendkosten) en te bestellen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..